Vermeulen orgel uit 1914

Vermeulen orgel uit 1914
Medio 2020 bleek er sprake te zijn van behoorlijk wat stof en vervuiling in het orgel. Door herstel van bevingsschade en regulier onderhoud in en aan de kerk was dit ontstaan.
Dit werd enige tijd uitgesteld omdat het instrument nog redelijk bespeelbaar was.
In 2025 werd aan twee orgelbouwers gevraagd een offerte uit te brengen. Er werd een deadline gesteld omdat de kerkenraad voor de zomer een besluit wilde nemen. Slechts één van de bouwers/restaurateurs respecteerde de deadline en na inspectie en opstelling van een plan werd de opdracht gegund aan Sicco Steendam. Zijn plan bestond niet alleen uit de noodzakelijke technische verbeteringen en reparaties maar betrof ook (her)intonatie van de registers en verfraaiing van de orgelkas.
Na meerdere overlegmomenten werden de werkzaamheden aangevangen. Gedurende de werkzaamheden werd het plan nog bijgesteld omdat de panelen van de borstwering behoorlijk negatief afstaken bij het orgel. Besloten werd ook deze panelen te voorzien van een nieuwe verflaag en niet alleen dat; gekozen werd voor imitatie-eiken.
In chronologische volgorde werden de volgende werkzaamheden uitgevoerd;
Als eerste werden de stevels van de trompet meegenomen naar de werkplaats in Roodeschool. Alle kelen werden gepolijst en de stemkrukken werden beter te hanteren dan voorheen.
In de werkplaats bevonden zich drie beelden (koning David en twee engelen) die van een ander Vermeulen-orgel afkomstig waren.
Al lange tijd waren de organisten van mening dat de inliggende tremulant niet voldeed. Het ene moment was de slag snel en het andere moment langzaam. Er werd een nieuwe pneumatische tremulant geplaatst met een natuurlijke en regelmatige slag. De winddruk werd aanzienlijk verlaagd. Hierna werd de Prestant 8’ geïntoneerd waardoor deze veel beter klonk.
Alle andere pijpen, behalve de grootste houten pijpen, werden verwijderd en in kisten gedaan.
In eerste instantie werden alle pijpen in de kerk bewaard maar toen het besluit viel het schilderwerk uit te breiden werden deze naar de werkplaats vervoerd vanwege het stof dat door het schuren van de panelen zou ontstaan. De achterste luiken waren ooit op ondeskundige wijze doorgezaagd. Ook deze luiken werden meegenomen naar Roodeschool om gerepareerd te worden. De beelden en twee vazen werden geplaatst als bekroning van het orgel. Bijna alle panelen van het orgel werden ook in imitatie-eiken geschilderd. De achterkant van de orgelkas werd in een effen bruine kleur geverfd. Boven bestek werden de lessenaar en de bescherming boven het klavier van een versiering voorzien.
De winddruk werd omlaag gebracht wat een gunstig effect had op de klank van het orgel. Dit bleek toen het pijpwerk werd teruggeplaatst en opnieuw geïntoneerd. In de werkplaats waren de openingen in de pijpvoeten gecorrigeerd; deze waren in 1978 wijder gemaakt waardoor het klankkarakter van met name de zachtere registers behoorlijk was aangetast.
Het resultaat was zeer verrassend; de zachte registers waren inderdaad ingetogener van karakter en geluidsniveau maar de trompet en mixtuur bleken juist krachtiger te zijn. De klank van de trompet was wel veel fraaier dan voorheen. De mixtuur mengde ook veel beter met het prestantenplenum. De prestant, oktaaf en superoktaaf pasten qua intonatie en volume ook veel beter bij elkaar. In de situatie voor de restauratie was de oktaaf 4' te zacht ten opzichte van de prestant 8' en de oktaaf 2' juist veel te luid.
Zowel het orgel als de balustrade werden vakkundig opnieuw geschilderd door decoratieschilder Henk Seppenwoolde uit Rijssen.

Op 21 november 2025 werd het instrument gepresenteerd aan de kerkelijke gemeente.
Zowel qua klank als uitstraling staat er nu een aanzienlijk verbeterd instrument dat weer geruime tijd de lofzang gaande zal houden.
terug